Bof komt weer hard

Het bofvirus blijft de kop opsteken in Nijmegen. Sinds 1 januari zijn er negen nieuwe gevallen van de bof gemeld, waarvan zes studenten. Eind vorig jaar was Carolus Magnus slachtoffer van een uitbraak en voor de zomer liep ook menig Phocaan met een dikke wang rond. Nu zou het gaan om een aantal studenten van de medische faculteit. Sinds 2009 is er sprake van een bofepidemie in Nederland. Vooral studenten zijn de sjaak, doordat ze dicht op elkaar leven en intensieve sociale contacten hebben. In principe is iedereen 14 maanden na geboorte en op 9-jarige leeftijd ingeënt tegen de ziekte, maar dat betekent niet dat je immuun bent. Je kunt nog steeds de bof krijgen, zij het met minder hevige klachten. Eind november is de GGD met de RIVM een onderzoek gestart om de verspreiding van het virus te volgen. Arts Susan Hahné zegt tegen De Gelderlander dat het werkelijke aantal bofgevallen misschien wel tien keer zo hoog ligt als nu bekend is. Dus verenigingslullo's en carnaval vierend gepeupel, bellen jullie even de huisarts als je wangetjes wat dik zijn?

 

Lees meer

Onderzoek onder studenten naar de bof

Eerder berichtten we al over een paar bofgevallen bij Phocas en gisteren werd bekend dat er weer minimaal zeven Nijmeegse studenten zijn getroffen door de ziekte. In ieder geval twee leden van Carolus Magnus zijn dit keer besmet. Een typisch Nijmeegs gevalletje is het niet: sinds 2009 is er sprake van een heuse bofuitbraak in Nederland. Met name studenten zijn de sjaak. De reden daarvan is tweeledig. Aan de ene kant is er sprake van een verminderde bescherming door het vaccin. Aan de andere kant kan een infectie zich door intensieve sociale contacten gemakkelijker verspreiden, wat het geval is bij studenten. De RIVM schrijft in haar Infectieziekten Bulletin dat ze een onderzoek gaat doen naar de verspreiding van de bof. In dit opmerkelijke onderzoek zullen studenten die zowel gevaccineerd als besmet zijn, worden gevraagd om tien bekenden te vragen mee te doen met het onderzoek, waarna die personen ook weer tien contacten benaderen. Het is de bedoeling dat zij allen elke dag, zes weken lang, een speekselmonster afnemen. Daarnaast zal wekelijks worden geïnventariseerd met wie zij contact hadden, en of er symptomen van bof waren. Aan het begin en einde van de onderzoeksperiode zal een monster worden afgenomen, waarmee kan worden nagegaan wie er in die periode geïnfecteerd is geraakt, en hoe de bof zich binnen het netwerk heeft verspreid.

 

Lees meer