Beste Decanen,
Als hoofd van het faculteitsbestuur ligt de beslissing voor het invoeren van aanwezigheidsplicht in uw handen. In plaats van de colleges interessant en aantrekkelijk te maken, gebruikt u dwang om de zalen vol te krijgen. Stop alstublieft deze schoolse aanpak en geef studenten hun keuzevrijheid terug.
Tekst: Marit Willemsen Illustratie: Carmen Groenefelt
Dit artikel verscheen eerder in de juni-ANS
U zult er inmiddels wel achter zijn dat de aanwezigheidsplicht een impopulaire maatregel is onder studenten. Het is daarom niet gek dat alle studentpartijen op de RU het afschaffen van de plicht expliciet in hun verkiezingsprogramma noemen.
Een reden voor de grootse invoer van de verplichte aanwezigheid is simpel. De opgelegde aanwezigheid zou volgens het universiteitsbestuur het studiesucces bevorderen en dus de slagingspercentages van de RU verhogen. In maart 2013 bracht het College van Bestuur (CvB) het rapport Kwaliteit, Binding en Duidelijkheid uit, waarin ook de aanwezigheidsplicht sterk werd aanbevolen. Vraag uzelf echter af of een rendementsregel als deze opweegt tegen de schoolsheid die u afroept over de universiteit. Zie in dat deze maatregel slechts een symptoomaanpak is van het werkelijke probleem: slechte, onaantrekkelijke colleges. De opleidingen en faculteiten kunnen deze ophokplicht stoppen en u bent daarin als hoofd van het faculteitsbestuur een sleutelfiguur.
Het verplicht bijwonen van colleges en werkgroepen wekt bij menig student op zijn zachtst gezegd irritatie op. Ervoor kiezen om thuis te blijven, ook met goede redenen, heeft namelijk vervelende gevolgen. Is een student te vaak afwezig voor een verplicht vak, dan mag deze de herkansing van het tentamen of het tentamen zelf simpelweg niet maken. Daarmee wordt het alleen maar lastiger om te slagen. Dat kan toch niet de bedoeling zijn van een maatregel die bedoeld is om het rendement te verhogen? U negeert de protestgeluiden door studenten en studentpartijen en inmiddels kent elke faculteit aanwezigheidsplicht bij de werkcolleges. Deze ‘trend’ lijkt bovendien verder door te zetten naar de hoorcolleges. Bij de Faculteit der Letteren geldt al voor een verbazingwekkende 96 procent van alle vakken, ook bij hoorcolleges, een verplichting tot aanwezigheid.
Hetzelfde CvB dat de aanwezigheidsplicht zo propageert, heeft gek genoeg geen goed woord over voor verschoolsing op de universiteit. ‘Duidelijkheid is iets anders dan schoolsheid, voorkauwen en teveel bij de hand nemen van studenten’, wordt in het eerder genoemde rapport gesteld. Verder staat er dat een student verantwoordelijk hoort te zijn voor het eigen leerproces en dat studenten samen met docenten afspraken moeten maken over de stof en de verwachtingen van beide partijen, zoals het hoort in een academische omgeving. Het is ongelooflijk dat dit soort uitspraken worden gevolgd door een aanbeveling om de aanwezigheidsplicht in te voeren. Kunt u een dergelijk rapport werkelijk serieus nemen? Een student heeft als volwassen individu een eigen verantwoordelijkheid voor zijn academische vorming en deze wordt door aanwezigheidsplicht compleet teniet gedaan. Het CvB stelt: ‘Uitdrukkingen als ‘school’ en ‘les’ – symbolen voor schoolsheid – horen niet thuis op een universiteit.’ Hoort het afroepen van namen tijdens een werkcollege daar wel bij denkt u?
We snappen best dat rendement belangrijk is. Vanuit de overheid is er steeds meer druk op universiteiten en dus ook op u, om studenten snel en succesvol hun studietraject te laten doorlopen. De aanwezigheidsplicht lijkt in eerst instantie een goede oplossing, meer aanwezigheid zou in principe moeten leiden tot hogere slagingspercentages bij tentamens. Denk echter na wat u het liefste op uw conto wil schrijven: 100 procent van de studenten die binnen de voorgeschreven tijd keurig met een diploma de deur uit wandelt of kritische studenten die niet alleen op kwamen dagen omdat het moest. U weet daarnaast heus wel dat verplichte aanwezigheid absoluut niet tot meer betrokkenheid of meer binding leidt, wat het CvB in haar rapport ook beweert. Dergelijke dwang veroorzaakt alleen maar weerstand en een negatieve associatie met de opleiding. Het is daarom de vraag of de student er harder van gaat studeren en of de resultaten daadwerkelijk beter worden. De collegezalen zijn voller, dat klopt. Zijn ze echter gevuld met gemotiveerde en actief participerende studenten? Hoe vaak zien studenten niet iemand die zich beter lijkt te vermaken met Facebook of een complete speelfilm dan met de lesstof? Een student die zich tijdens het college verveelt of meent zijn tijd beter te kunnen besteden, is anderen alleen maar tot last. De sluwere student laat een studiegenoot bovendien gewoon een kruisje achter zijn naam zetten, zodat de schijn van aanwezigheid makkelijk is gewekt. U kunt dit wellicht kinderachtig vinden, maar uw kinderachtige maatregelen werken gelijksoortig gedrag in de hand.
De zaken zouden eens moeten worden omgedraaid. Het feit dat een werkgroep of hoorcollege telkens wordt bezet door een handjevol studenten, wil wellicht zeggen dat de stof niet interessant of uitdagend genoeg is. U zou in plaats van een belerende druk opleggen, eens goed moeten kijken naar het desbetreffende college en daarmee de intrinsieke motivatie verhogen. Zorg dat studenten wíllen komen, niet dat ze moeten komen.
Beste decanen, de aanwezigheidsplicht doet niets goeds voor de student, de academische vorming, de binding met de opleiding of de intrinsieke motivatie tot studeren. Hopelijk stopt u deze vergaande vorm van betutteling en behandelt u studenten weer als de volwassen mensen die zij zijn. Mensen die de keuzevrijheid hebben of zij hun college bijwonen, of niet.
Met vriendelijke groet, ANS
Klik hier voor de overige artikelen uit de juni-ANS.
Onderwijs
Niet alleen het cultuurverschil kan problematisch zijn voor de onwetende student, ook het onderwijssysteem zou je kunnen tegenwerken. Volgens Hofstede is het tweede grote verschil de machtafstand: België is veel hiërarchischer ingesteld. Van Wijk legt dit als volgt uit: ‘In Nederland moet je de positie die je hebt verdienen, maar in België heb je die gewoon.’ Dit verschil is duidelijk terug te zien in de onderwijsvorm. Bij de Vlaamse universiteiten bestaat het curriculum voornamelijk uit hoorcolleges waarin studenten passief luisteren naar hun docent en niet in discussie gaan. Als een docent iets zegt, is dat zo. Ook je professor bij de voornaam noemen, is ronduit onbeschoft.
Karel Joos, studieadviseur van de KU Leuven, legt een ander mogelijk vervelend verschil uit: ‘In Nederland ligt de focus op de persoon, in België op het kennen van de leerstof.’ De toetsing van deze kennis is vaak mondeling en feitengericht. Dit puur stampen van de inhoud van de syllabi is waar Nederlanders moeite mee hebben. Dit wordt versterkt doordat de examens slechts twee keer per jaar plaatsvinden, waardoor er veel afhangt van twee korte periodes. Joos wijst erop dat Nederlandse studenten wel kunnen wennen aan de hiërarchie, maar dat zij vaak moeite hebben met het stampen. Zeker mensen die nog geen studie in Nederland afrondden, hebben in Leuven lagere slagingspercentages. Bij hen die wel al een bachelordiploma haalden, ligt dit percentage ongeveer gelijk. Mensen die niet van feiten stampen houden en slecht hun stof bijhouden, kunnen dan ook beter niet naar België gaan.
Gericht op overzicht 
Een last
Maak een keuze
Na in 2004 al te zijn overgestapt van Katholieke Universiteit Nijmegen naar Radboud Universiteit Nijmegen, is de volgende doelstelling van de RU om de naam van de universiteit internationaal aantrekkelijker te maken. Om dit te bereiken, is volgens Gerard Meijer, voorzitter van het College van Bestuur, een kortere naam essentieel. Martijn Gerritsen, woordvoerder van de RU, geeft aan dat de universiteit volledig achter de nieuwe naam staat: ‘De verkorte naam maakt het makkelijker om te communiceren naar de buitenwereld en draagt bij aan de naamsbekendheid van de universiteit.’
Gerritsen zegt het onnodig te vinden om bestaande eetborden, folders en andere items waarop de naam Radboud Universiteit Nijmegen te vinden is, direct te vervangen. Merkwaardiger is de bewuste keuze om de huidige, volledige naam opzettelijk te gebruiken op formele documenten, waaronder bullen en diploma’s. De RU kiest hiermee moedwillig voor het gebruik van twee verschillende namen, wat onnodig veel verwarring kan veroorzaken. Verkeert de RU in een identiteitscrisis en kan ze Nijmegen toch nog niet loslaten?