Jeroen Mooren - Een greep naar goud

Jeroen Mooren staakt dit jaar tijdelijk zijn studie Geneeskunde om houdgrepen te leggen op het allerhoogste niveau. De judoka strijdt deze zomer in Londen voor een Olympische medaille. 'Ik behoor nog niet tot de favorieten, maar op een goede dag kan ik me daar wel tussen vechten.'

Tekst: Rik van Hulst en Silke Spierings Foto: Kiki Kolman

Op zijn vierde begon hij met judo in een klein zaaltje in Nijmegen. Zeventien gouden, acht zilveren en zeven bronzen medailles later mag de Nijmeegse geneeskundestudent Jeroen Mooren (26) het opnemen tegen de besten van de wereld in de categorie onder zestig kilogram. Zelf geniet hij de veertiende plaats op de geschoonde World Ranking List, een lijst waar maar één judoka per land op staat. Ter voorbereiding op de Olympische Spelen reist Mooren naar landen als Korea, Wit-Rusland en Tsjechië om daar zijn worpen en grepen te perfectioneren. ‘Op trainingsstages speel ik partijen tegen judoka’s van over heel de wereld. Door videoanalyses weet ik wat de sterke en zwakke punten van mijn tegenstanders zijn maar pas wanneer ik tegenover ze sta, kan ik mijn tactiek daadwerkelijk uitproberen.’ Door zijn regelmatige verblijf in het buitenland heeft de student amper tijd om de was te doen, laat staan zijn studie bij te houden. Dit laatste staat daarom tijdelijk op een laag pitje. ‘Mijn co-schappen zijn onmogelijk te combineren met de voorbereiding op de Spelen.’

Wat vindt je omgeving ervan dat je zo vaak van huis bent? ‘Mijn vriendin Miriam Polak zit zelf eveneens in de judowereld en weet dus hoe belangrijk het voor me is. Ze is ook Nederlands kampioen geweest in de klasse tot 52 kilogram en heeft af en toe een toernooi in het buitenland. Vanwege mijn trainingen eten we ’s avonds nauwelijks samen. Ze zeurt nooit dat ik meer tijd aan haar moet besteden.’

Zie je tijdens je reizen nog wel eens iets anders dan de sporthal? ‘Ja, tijdens de trainingsstages van twee à drie weken in het buitenland heb ik weleens een rustdag. Dan is er tijd om iets van de stad te zien. Natuurlijk is het bijzonder om in landen als Brazilië, Kazachstan en Japan te komen, maar bij judo ligt mijn prioriteit.’

Hoe combineerde je het studeren en de topsport voorheen? ‘Eerder liep ik ook al vertraging op, maar waren er periodes waarin het me toch lukte om de co-schappen interne geneeskunde, psychiatrie en neurologie te voltooien. Dat deed ik vier dagen in de week, waardoor ik maar één volle dag had om te trainen. Dat was niet ideaal voor mijn judoprestaties.’

Geneeskunde staat door haar co-schappen bekend als een zware studie. Had je niet beter een kortere en gemakkelijkere opleiding kunnen kiezen naast het sporten? ‘Misschien wel, maar dan kies je voor de weg van de minste weerstand. Bovendien weet ik dat ik na mijn sportcarrière nog een heel leven voor me heb. Judo kan ik maximaal doen tot ik 31 ben. Ik zou daarna graag sportarts willen worden.’

Wat motiveert je om door te gaan? ‘Het leven als topsporter is erg mooi. Buiten de prachtige reizen vind ik judo gewoon het leukste dat er is. Wanneer het lukt om iemand te werpen, geeft dat een onbeschrijfelijk gevoel. Ik stop pas met judo wanneer ik het niet meer leuk vind of denk dat er niks meer in zit. Tot nu toe ga ik nog steeds met plezier naar de training.’

Hoe schat je de kans op een olympische medaille in? ‘Ik denk dat ik een outsider ben. Er zijn een paar favorieten waar ik niet toe behoor, maar op een goede dag kan ik me daar wel tussen vechten. Het zal zwaar worden, het niveau is enorm hoog. Het zijn waarschijnlijk vijf wedstrijden die ik moet winnen. ‘Ik probeer me optimaal voor te bereiden, zowel conditioneel als tactisch. Ik moet meteen op de eerste dag van de Spelen in actie komen. Dan zullen we het op die dag zelf wel zien.’

Waar ligt je kracht? ‘Mijn sterkste punt is het grondwerk. Ik win vaak door iemand in de houdgreep te pakken of te verwurgen. Aan mijn snelheid moet ik nog werken. In de lichtgewichtklasse gaat het judo behoorlijk vlug, waardoor er weinig tijd is om tot een actie te komen.’

Heb je rituelen voor een wedstrijd? ‘Nee, die heb ik niet nodig. Ik heb nooit last van zenuwen, alleen van gezonde spanning. Ik focus me volledig op de tactiek die ik ga volgen. Voor de wedstrijd speel ik de partij in mijn hoofd af: als hij links is, moet ik hem rechts bij zijn revers pakken en moet ik die en deze worp gebruiken. Ik hoef dus niet per se een knuffelbeer bij me te hebben om te kunnen winnen.’

Is er meer te bereiken dan het behalen van een Olympische medaille? ‘Het hoogste wat je in judo kunt bereiken is Olympisch kampioen worden, maar twee keer Olympisch kampioen is natuurlijk nog beter.’

Kijk hier voor de andere artikelen uit de mei-ANS