Grenzen aan groen (1)

Deze week is het Groene Week op de universiteit en wordt aandacht gevraagd voor een duurzame wereld en universiteit. ANS kijkt hoe het is gesteld met de duurzaamheid op de RU. In dit eerste deel van de leadstory kijken we naar de huidige stand van zaken wat betreft de duurzaamheid op de campus.

Met de Groene Week willen het Universitair Milieuplatform (UMP), Cultuur op de Campus en de Charitatieve en Culturele Koepel (CHECK) duidelijk maken dat duurzaamheid geen saai thema hoeft te zijn. Zo kun je fietsen om een band te laten spelen of een cactus omtoveren tot lamp. Naast deze ludieke activiteiten staan er ook meer serieuzere zaken op de agenda. Met een workshop is studenten de mogelijkheid geboden om mee te denken aan het nieuwe duurzaamheidsbeleid van de RU.

Het opstellen van een duurzaamheidsbeleid is geen overbodige luxe voor de universiteit. De RU gebruikt volgens de laatste cijfers jaarlijks 180 duizend kubieke meter drinkwater en elk jaar tikt de energiemeter een stand aan van ruim 34 miljoen kilowattuur. Sinds 1993 worden daarom milieubeleidsplannen opgesteld waarin de universiteit haar duurzaamheidsdoelen voor de komende drie jaar uit de doeken doet. Een aantal jaar geleden werd in de papieren ANS de aanpak en het ambitieniveau op het gebied van duurzaamheid door verschillende betrokkenen bekritiseerd. De RU zou te weinig vooruitstrevend zijn en vooral mooie sier willen maken met duurzaamheidsinitiatieven die eigenlijk weinig effectief waren.

Ook bij het meest recente milieubeleidsplan kunnen vraagtekens worden gezet bij het ambitieniveau van de universiteit. Als missie wordt gesteld dat de RU tenminste moet voldoen aan de wet- en regelgeving. Dat daarbij wordt gestreefd naar een ruime invulling van deze verplichtingen, is voor meerdere interpretaties vatbaar en onmogelijk te toetsen. Om de ambities wat op te schroeven is er nu een workshop georganiseerd die tot creatieve ideeën moet leiden waardoor de RU over tien jaar echt duurzaam is. 'Voorheen vroegen we onszelf af waar we over drie jaar wilden staan en daardoor borduurde we voort op het bestaande beleid. Nu willen we meer dromen over de toekomst en vervolgens vaststellen wat daar morgen voor moet gebeuren', aldus Carlo Buise, medewerker bij de bij de Arbo- en Milieudienst. Het is echter wel afwachten of de out-of-the-box gedachten ook daadwerkelijk omgezet worden in nieuw beleid gezien de financiële mogelijkheden en prioriteiten die het College van Bestuur heeft.

Toch doet de RU het in vergelijking met de andere Nederlandse universiteiten helemaal niet slecht op het gebied van duurzaamheid. Dat blijkt wel uit de tweede plaats die het krijgt in de Sustainabul-ranglijst van vorig jaar. Hierop worden alle universiteiten gerangschikt op de mate van duurzaamheid en transparantie. Hoewel dit een mooie prestatie mag worden genoemd, kan ook hier kanttekeningen bij worden geplaatst. De RU mag het dan wel bovengemiddeld doen, in absolute zin is er volgens het eindrapport nog veel ruimte voor verbetering, met name op het gebied van duurzaam inkopen en transparantie.

Volgens Buise en ook Naomi Geelen, betrokken bij de Groene Week en het UMP, is het duurzaamheidsbeleid al op een aantal fundamentele punten verbeterd. Het over het voetlicht brengen van deze verbeteringen blijft volgens Buise een punt van zorg: 'Heel veel duurzaamheidsactiviteiten kun je niet zien, dus het is een continue strijd om het onder de aandacht te brengen.' Dat de RU inderdaad een aantal verbeteringen heeft doorgevoerd zal in het volgende deel aan bod komen.